Zoals we allemaal weten is Zipf’s law een wetmatigheid die de orde van aantal subscribers van Nederlandse Youtubers bepaalt maar ook de orde van grootte van steden in een land of regio. De op twee na grootste heeft zoveel procent van de volgers/inwoners van de eerste en de derde heeft evenveel procent van de volgers/inwoners van de tweede als de tweede van de eerste.

Als je niet snap waar de fuck ik over praat, kijk dan even hier naar zodat het duidelijk wordt:

Snap je?

Snap je?

Maar Zipf’s law gaat niet overal en altijd op. Soms zie je dat er één met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Dat heet het King effect. Dat is bijvoorbeeld het geval met bloggers (daar kan ik ook niets aan doen) en ook met steden in Thailand is iets raars aan de hand. De hoofdstad Bangkok is maar liefst 13,2 keer groter dan de tweede stad, Samut Prakan, en dat is zelfs ook maar gewoon een voorstad van dat zelfde Bangkok.

En zo zijn we na wat stoerdoenerij precies bij het onderwerp van m’n reisblogpostje: 24 uur in Bangkok.

Ik bezocht de Thaise hoofdstad omdat ik een ticket zag van €248,18 vanaf Barcelona naar Bangkok en terug van Tokyo naar Amsterdam dus was thuisblijven andermaal duurder. M’n eerdere bezoeken waren in 2006 met 8 vrienden omdat we er toen al achter waren dat twee en een halve week Thailand een betere investering in ons leven was dan anderhalve week Lloret de Mar en ook in de zomer van 2016 was ik even in Bangkok op doorreis van Johannesburg naar Singapore (ja).

De stad is dus niets nieuws voor me, maar aangezien ik zelf óók regelmatig verander (dan weer kapseltje naar rechts, dan weer naar links) zorgt dezelfde plek voor een andere ervaring. Dat is natuurlijk ook een reden om een plek vaker te bezoeken.

In 2006 lieten we ons nog adviseren door tuktukchauffeurs over te bezoeken locaties (dikke tip alvast: niet doen tenzij je in nauwelijks verlichte steegjes wil belanden voor obscure activiteiten) en een half jaar geleden ontdekte ik een lang verborgen passie voor kokossoep met kip en galangal (dat laatste is een soort luxe gember waarmee je tof kunt doen in gerechten als je moet koken voor je schoonouders, maar oefen wel even van tevoren wat je gaat het sowieso verneuken).

Nee volgens mij moet het wel zo smaken?

Gewapend met deze culinaire ervaring en de eerder genoemde reisbestemmingsstandvastigheid ten opzichte van snorders in overdekte driewielers, landde het vliegtuig van British Airways op een mooie woensdagochtend in het prachtige Bangkok of, zoals de lokale bevolking het zo mooi noemt, Krung Thep.

Weet ik niet hoor. Staat zo op Wikipedia.

De rit van het vliegveld naar het hotel (met airtrain en stukje lopen en taxi) laat je direct bijna je gehele checklist van het klassieke Zuidoost-Aziatische land afvinken:

✔ Drijvende dingen in een rivier

✔ Miljonair in lokale valuta

✔ Monolinguale taxichauffeurs zonder navigatiesysteem

✔ Of ik misschien een massage wil

✔ Slapende mannen op een brommer

✔ Dingen met mango

✔ Oja het is hier tyfuswarm

✔ Hé kijk een rat

Het tijdsverschil zorgt voor een jet lag van hier tot Tokyo (wat nu op nog maar 5 uur vliegen ligt, dus het viel wel mee) dus de ochtend lijkt een middag en de middag lijkt gisteravond.

Tijd voor een late night dinner slash brunch.

In Bangkok is er geen gebrek aan voedsel en dat is een understatement. De ontbijtkeuze valt op gefrituurde dingen (geen idee wat, maar ‘no pork’ dus dan is het goed), mandarijnensap, kipsaté (dat anno 2017 wordt geserveerd in twee (!) plastic zakjes (?)) en een prachtig blikje Coca-Cola zero uit de plaatselijke 7-Eleven.

Smaakte prima. Volle afdronk. Prettig mondgevoel. 5/7.

Diep, diep in het notenwoud

Diep, diep in het notenwoud

‘s Middags probeer ik wat maskertjes uit want de Air Quality Index was 122 en ik kan me niet veroorloven om mijn prachtige gezicht (dat gemiddeld 20% jonger wordt geschat) ten onder te laten gaan aan de slopende effecten van de Thaise schrale en vervuilde lucht. Overigens is de hypocrisie in deze daad van autodictum (zelfbedachte latijnse term voor zelfreiniging) compleet omdat de Air Quality Index van Amsterdam die zelfde dag 107 aangaf.

I love placebo.

Laat ik hier dan ook maar even vermelden dat ik die middag op m’n hotelkamer in prima aircon (alleen Nederlanders gebruiken de afkorting airco en ik ben te internationaal om in die categorie gestopt te willen worden) aan het werk ben omdat jullie anders denken dat ik alleen maar roodverbrand aan Thaise mannetjes schreeuwend in hun gezicht vraag:

Can you Amsterdam or not?

Die avond staat, natuurlijk, een bezoek aan Khaosan Road gepland. En niet omdat er op 1 plek in die straat twee clubs een wedstrijdje ‘wie om het hardst’ doen of vanwege voetbalshirts voor nauwelijks 5 euro, maar omdat er een hele specifieke Pad Thaiverkoper, genaamd Lung Yong (in Drenthe is dat gewoon een scheldwoord) een half jaar eerder mijn hart had gestolen.

Gelukkig was hij er nog (had ook niet verwacht dat hij intussen een ander pad (ha snap je?) had gekozen en nu opeens levensverzekeringen aan het verkopen was natuurlijk) en de pad thai smaakte als nooit tevoren.

Kwam er de volgende dag achter dat little spicy Thais is voor heet kontje.

Lung Yong, my man

Lung Yong, my man

Uiteraard moest er in de lelijkste straat van Bangkok ook nog even tijd gemaakt worden voor een voetmassage onder het genot van een dubbeldikke fles koud bier, om de avond af te sluiten in China Town waar ook voedsel geserveerd werd, maar dan met allemaal neonlichten in Chinese tekens boven m’n hoofd. En oja, ook nog even kijken waarom de rij bij de kraam met witte puntjes met roomboter zo lang was.

Dat bleek niet zo verrassend: vanwege witte puntjes met roomboter. Vinden Chinese Thai kennelijk een delicatesse.

We sluiten de avond af op rooftop Above Eleven in de hoop om op de drieëndertigste verdieping een beetje te kunnen ontsnappen aan de penetrante frituurlucht van zpp’ende straatkoekenbakkers.

Lukt niet.

Er staat namelijk soft shell crab tempura op de kaart.

Bangkok is awesome.