Mijn spreekbeurt over mijn safari

Hoi, mijn naam is Jelmer en ik doe mijn spreekbeurt over mijn safari.

Safari is Swahili voor reis, en dat is afgeleid van het Arabische safar, wat reis betekent. Is niet geheel ontoevallig trouwens. Het zou vreemder zijn geweest als het was afgeleid van het Arabische woord voor frituurpan.

Dat zou echt nergens op slaan.

Safar is trouwens ook het Frequent Flyer programma van Royal Moroccan Airlines en is misschien wel het minst aantrekkelijke programma van de wereld omdat Royal Moroccan Airlines niet zoveel partners heeft en je dus helemaal geen reet aan je miles hebt. Maar je kunt je miles gelukkig wel inwisselen voor Iberia Avios.

Kijk maar even wat je met deze info doet.

Mijn spreekbeurt gaat nog steeds over mijn safari.

Want ik was in Zuid-Afrika vorige week. Nu hoef je niet direct jaloers te zijn, want het is nu in Zuid-Afrika winter (aangezien het ver op het zuidelijk halfrond ligt en de seizoenen dus omgedraaid zijn) en het was dus geen overbodige luxe om een lange broek aan te trekken en een trui. Wist ik ook niet van tevoren, dus kocht ik ter plekke een safari black on black camo outfit.

Oja ik was met m'n boyband

Oja ik was met m’n boyband

In Zuid-Afrika heb je een paar natuurparken. De meeste zijn ingericht door blije rijke blanke mensen die genoeg geld hebben om een hek rond een groot stuk land te plempen en daar tenminste de big five in te tyfen. En wat apen en bokjes. De big five zijn de neushoorn (weet ff niet welke), de olifant (de Afrikaanse), de waterbuffel, de leeuw en de luipaard. En als je die ziet, win je geen prijs, maar het is een soort safarilevel wat je kunt halen. Een soort Pokémon, maar dan echt, zeg maar.

Maar die blankemensendierentuinen die door moeten gaan voor natuurparken sla ik natuurlijk over. Ik ben zo’n pretentieuze toerist die ‘de echte wildlife’ wil zien. In het Krugerpark. Wat natuurlijk ook gewoon een omheind park is met asfalwegen er in en een 4G-netwerk (handig voor Snapchat) en apps die je vertellen waar dieren rondlopen.

Want ik had nog nooit de Big Five gezien. Ik was wel eerder in Zuid-Afrika geweest en óók in Tanzania, maar die teringneushoorn en die tyfusluipaard waren me iedere keer te slim af.

Kutbeesten.

In het Krugerpark zou ik ze echt te pakken gaan krijgen. Immers, zes keer is scheepsrecht.

Dus we sloegen linksaf want volgens het bord bij de ingang woonden daar leeuwen. Die beesten zagen we niet, maar van achter een boom verscheen wel een olifant (waar ik helemaal klaar mee ben, en dat begrijp je als je twee keer in Addo Elephant Park bent geweest) en toen we een weg inreden met zo’n groot bord ervoor dat je er niet in mag rijden, zagen we een kudde neushoorns. Eindelijk.

2/5

Als volleerd safariaan wist ik inmiddels dat je het beste dieren kunt spotten door auto’s te spotten. Als er meer dan drie auto’s ergens stilstaan, dan weet je zeker dat er tenminste een van de big five chagrijnig in de bosjes ligt te tukken, zich storend aan al die blanke mensen in bruine outfits en witte auto’s.

Klopte ook deze keer. Er lag een luipaard op een steen. 500 meter verderop. Ter grootte van 4 pixels. Maar dat telt ook.

Eindelijk die fucker gezien. 3/5.

Halverwege onze trip doemde een kale rots op. Daar moest natuurlijk even gedroned worden. Maar er kwam al gauw iemand die even kaal was als de rots vertellen dat dronen verboden was omdat het iets met neushoornstropers te maken had. Dat snapte ik wel. Neushoorns zijn chagrijnige kutbeesten.

Ok ok ok ik land m’n drone wel weer. Jemig.

Toen we verder reden spotten we nog een waterbuffel (4/5) naast de weg, en die moest even afgetikt worden op Snapchat, maar die had ik in Tanzania al met duizenden tegelijk een rivier zien oversteken.

Snel door. Op zoek naar groepjes witte auto’s. Om de bocht vonden we die, keken naar links, filmden de reet van een leeuw en overtraden de snelheidslimiet naar de uitgang.

5/5. Missie geslaagd in drie uur. Zo kan het dus ook.

En er is ook een filmpje.