Op bezoek bij de pangakwekerij in Vietnam

Twee jaar geleden ben ik nog niet zo’n toffe baas als nu en denk ik dat brood de dood en zuivel de duivel is. In maart 2013 schrijf ik een alarmerend artikel over pangafilet: dat je grieptyfus en pestpokken krijgt van het in een vervuilde Vietnamese rivier gekweekte marginale visje.

Althans, dat was m’n opvatting toentertijd.

Anderhalf jaar later, als ik plotseling een blogger ben met meer lezers dan alleen m’n moeder en tante, zwerft het artikel over het internet en belandt het bij de Managing Director van Queens, één van de grootste diepvriesvisverkopers in Nederland.

De beste man stuurt me een e-mail met daarin een epistel van heb ik jou daar met de strekking:

Je hebt ongelijk en als je het niet gelooft, kom je maar lekker kijken. Idioot.De samenvatting van de e-mail van Queens

Ik rectificeer mijn (slechtste) artikel (ooit) maar blijf bij m’n standpunt: ik heb nooit afgeraden pangafilet te kopen, maar ik wilde even duiden dat het slappe visje ingevroren uit Vietnam komt.

En de uitnodiging om mee te gaan naar Vietnam om het zelf te kunnen aanschouwen vat ik maar op als een valse belofte.

Met dit zooitje ongeregeld dus.

Met dit zooitje ongeregeld dus.

Tot ik in het begin van 2015 toch daadwerkelijk word uitgenodigd om af te reizen naar Vietnam. Met m’n favoriete airline, maar dat geheel terzijde.

Op 7 april sta ik op Schiphol om samen met een handjevol andere bloggers een snelle trip te maken naar Vietam. Daar gaan we een kijkje nemen bij onder andere kwekerijen van Vinh Hoan en de verwerkeringsfabriek die levert aan Queens. Dinsdagavond weg, zaterdagmiddag weer thuis. Ik teken er voor. En voor die frequent flyer miles natuurlijk.

Hoewel die reis een race tegen de klok lijkt, heb ik geen spijt. Ook niet van tevoren.

Niet in de Mekong, maar wel in de Mekong

Ik kom er in Vietnam achter dat die vis niet in de Mekong zelf wordt gekweekt, maar in speciaal daarvoor ingerichte vijvers. Op een eiland. In de Mekong. (Heb ik dan toch gelijk?) 20 kwekerijen met ieder 10-20 vijvers. Met enkele tienduizenden vissen bij elkaar per vijver. Of dat veel is? Ik heb geen flauw idee. Wel als je het vergelijkt met mensen (zoals ik eerder deed: 78 mensen in een eensgezinswoning), maar ik heb geen idee of kippen of koeien of vleestomaten ook zo dicht op elkaar leven. En of dat erg is. En wat erger is.

Ik at ook soep. Met brood, want: boer.

Ik at ook soep. Met brood, want: boer.

Ik leer wel dat de kwekerij die wij bezoeken een keurmerk heeft, maar wat dat keurmerk betekent weet ik niet. Dat wordt me ook niet duidelijk op de website.

Verder kom ik er achter dat de visverwerkingsfabriek liever niet heeft dat ik (en alle andere bezoekers met mij) de vissen grieptyfus en pestpokken geef. Dus ik moet even een formuliertje invullen en plechtig beloven dat ik geen kuchje onder de leden heb. En ook moet ik me verkleden als chirurg, maar dan zonder enige specialistische kennis. Maar wel met een awesome mondkapje.

In de fabriek zie ik honderden Vietnamezen aan het werk (hoewel ik de Thai en Cambodjanen er niet voor je tussenuit zou kunnen pikken). Dat lijkt wel een beetje op de situatie in de kipfabriek waar ik meer dan tien jaar geleden een bijbaantje had, maar dan iets hygiënischer. En iets groter.

Ik zie de pangafilet binnen een half uur (dat is mijn schatting) veranderen van een levend wezen tot een gepaneerd en bevroren maatproduct, geseald, ingepakt en in een doos op een pallet. En dat mocht ik allemaal filmen. Ik vermoed dat die honderden werknemers niet voor dit bezoek een toneelstuk opvoerden, maar ik kan het mis hebben.

Beste foto ooit

Beste foto ooit

Geen zwerfhonden +1

Verder kom ik er achter dat Vietnamezen tot nu toe mijn favoriete Aziaten zijn. Ja, net als in iedere andere Zuidoost-Aziatische (hoofd)stad heb je ook in Ho Chi Minh een rivier met drijvende dingen, slapen de mensen op straat, ben je miljonair in lokale valuta, eet je overal mango’s, vragen er honderdduizend mensen of ik misschien een massage wil en is scooterwasser gewoon een baan, maar het is allemaal wat gemoedelijker. En mijn grootste verbazing: er zijn geen zwerfhonden. Dan stijg je dus al snel in mijn voorkeurslijstje van favoriete wereldsteden.

Narcissus was ook mee.

Narcissus was ook mee.

Het land Vietnam verbaast me, zoals de pangakwekerij en de verwerkingsfabriek dat ook deden. Het komt dan ook als een zegen dat bij aankomst op de luchthaven het vliegtuig vol zit en ik een dagje langer mag blijven. Wat een lieverds, bij m’n favoriete airline. Gelukkig blijf ik een dag langer zonder die andere vervelende foodbloggers. Kan ik eindelijk mijn eten opeten zodra het geserveerd wordt.

Die volgende dag stap ik vol goede moed het hotel uit om nog even wat van de stad te zien, maar ik realiseer me dat 37 graden de perfecte temperatuur is om in een plaatselijke Starbucksaftreksel zo veel mogelijk blogposts te schrijven, waar je deze en komende weken lekker met z’n allen van kunt genieten. Het museum van de nationale historie beloofde veel (in de Lonely Planet gids), maar meer dan een awkward selfie met een mummie op Snapchat maak ik er niet van.

Van Vietnam zie ik die dag niet veel meer, maar ik ga terug naar huis met een wat frissere blik op pangafilet, althans die uit de kwekerij die we hebben gezien en de fabriek die we hebben bezocht. Van Queens. De vis is verre van een waterzombie gevoed met troep, integendeel.

Selectieve verontwaardiging

Vergelijkingsmateriaal heb ik niet, dus ik zou niet weten hoe andere kwekerijen er uitzien. Ik weet ook niet waarom ik geen pangafilet at, maar wel kip. Maar, zoals ik al eerder vermeldde ben ik, en jij vast ook, nogal selectief verontwaardig.

Nu ik exact heb gezien hoe een levende vis verandert in een gepaneerd stukje voedsel ben ik verre van verafschuwd. Sterker: ik zou een pangafilet wellicht overwegen om te gaan eten. Maar dan moet ik er wel een goed recept bij weten, want ik vind het nog steeds geen lekkere vis.

En waarom het uit Vietnam moet komen? Omdat het dáár gekweekt kan worden, wat kennelijk duurzaam is. Mijn standpunt over wilde en gekweekte vis is veranderd. Die discussie wil ik nu wel met je aan gaan.

En verder: kijk vooral mijn videoregistratie van het geheel.


Naschrift

Zo zie je maar dat ongefundeerd zeiken je een bijzonder interessante, leerzame en indrukwekkende reis kan opleveren.

Ik moest maar eens wat kritiek gaan leveren op The Playboy Mansion.

Ja, die grap maak ik ook in het filmpje. En ik heb ‘m niet eens zelf bedacht.

Thuisblijven is duurder

Thuisblijven is duurder

Bespaar honderden euro’s op vliegtickets

Ik ben een boek aan het schrijven over goedkope vliegtickets. Hierin lees je al m’n tips & trucs en als je pre-ordert, neem ik je mee in het schrijfproces. Dan leer je ook nog eens hoe je een boek schrijft en zelf publiceert.

Pre-order

2 Comments Op bezoek bij de pangakwekerij in Vietnam

  1. Pingback: Hoe je een blogger het minst productief maakt | Jelmer de Boer

  2. Pingback: Zalmburgers | Jelmer de Boer

Comments are closed.