7 Eigenschappen van Autonome Mensen

7 eigenschappen van autonome mensen

Ik schrijf een boek over autonomie. Het heet Autonomie. Ik ben er al meer dan anderhalf jaar mee bezig. Niet omdat het boek anderhalf miljoen pagina’s krijgt, maar omdat het een moeilijk onderwerp is. Toen ik ermee begon was het idee van autonomie een wazige aquarel rechtsboven in mijn gezichtsveld waar ik dan naar keek als ik erover nadacht. En door er iedere dag over na te denken en boeken te lezen die met autonomie te maken hebben (check ze hier), kreeg het concept autonomie en ook het boek erover vorm.

Inmiddels ben ik er aardig uit. Waar mijn missie met het boek eerst vooral mensen van het concept autonomie op de hoogte stellen was, ben ik nu wat meer in mezelf gaan geloven (binnenkort predikant). Dus nu is zie ik mijn missie met dit boek als volgt: autonomie als medicijn tegen individualisme voorstellen. Want als er iets is waar ik steeds meer achterkom is het dat er teveel mensen op zoek zijn naar autonomie, niet weten waar ze het kunnen vinden, en dan voor individualisme gaan. En dat lijken misschien verwante begrippen, maar als je er goed over nadenkt is individualisme op z’n best de AliExpressversie van autonomie: het is niet goed voor je, niet goed voor de maker, het dondert uit elkaar en het is eigenlijk helemaal niet wat je wil dat het is. Maar het is wel goedkoop, makkelijk en het leek zo’n goed idee.

Individualisme is troep.

Autonomie is belangrijk en waardevol. Niet alleen voor aparte bevolkingsgroepen in landen en robotauto’s, maar ook voor mensen. Met zeven eigenschappen (het zijn trouwens niet zeven eigenschappen want er zijn er veel meer) probeer ik hieronder een klein beetje uit te leggen hoe ik het op dit moment zo ongeveer voor me zie.

Autonome mensen zijn suboptimalisten

Autonomie is niet een aan/uitknop. Het is ook geen ultieme staat van zijn. Het is, om met de woorden van dat kleine meisje uit Once upon a time… In Hollywood te spreken: iets wat je nooit zult bereiken, maar waarnaar je op z’n minst kunt streven. Autonome mensen zijn geen perfectionisten (want perfectionisme is een cognitieve stoornis) maar suboptimalisten.

Autonome mensen realiseren zich heel goed dat ze geen autonome mensen kunnen zijn omdat volledige autonomie onbereikbaar is.

Autonome mensen maken eigen regels

Er is een etymologische verklaring voor deze eigenschap. Immers: auto betekent zelf en nomos betekent wet of regel. Dat betekent tegelijk drie dingen:

  1. Autonome mensen vermijden zoveel mogelijk regels die door anderen worden opgelegd;
  2. Autonome mensen maken hun eigen regels, dus ze maken regels;
  3. Autonome mensen doen iets (creëren, zijn in beweging).

Daarom is het boek Grip van Rick Pastoor dus ook zo populair: het is weliswaar een handleiding, maar wel een handleiding voor het maken van je eigen regels.

Autonome mensen rennen ook nooit voor de trein. Dat heeft ook te maken met een afwezigheid van verslaving aan tijd.

Autonome mensen zien doelen anders

Doelen zijn prima. Vooral bij voetbalwedstrijden en als er wat gedaan moet worden. Maar we kunnen ook doorslaan. We hoeven niet iedere maaltijd te nuttigen omdat het bij een (fitness)doel past, iedere interactie af te wegen op basis van hoe goed deze interacties zijn voor onze carrière (of Instagramlikes) of iedere consumptie (van spullen of ervaringen) af te wegen op een koolstofweegschaal die te maken heeft met het al dan niet vergaan van iets wazigs als de planeet. Niet alles hoeft een doel te hebben.

  • Autonome mensen zoeken doelen in activiteiten (of mensen) zelf;
  • Autonome mensen doen dingen omdat het goed is om die dingen te doen;
  • Autonome mensen chillen met mensen omdat het mooi is om met die mensen te chillen. Het doel is het doel.

Autonome mensen hebben geen mening

Het hebben van een mening is vergelijkbaar met het hebben van een doel: het is een voorwaarde, een manier om iets zin te geven. Maar autonome mensen hebben al lang door dat geen mening hebben beter is dan de populairste mening of expres een afwijkende mening of een unieke mening hebben. Het geenmeningclubje zie je niet, want ze uiten zich niet, maar ze zijn er wel.

Dit heb je niet van mij.

Autonome mensen houden van autonome mensen

Zodra je door begint te krijgen wat autonomie is en waar je het kunt vinden, zie je het terug in anderen. Mensen spiegelen elkaar en, ja ja, opposites attract (heb ik onlangs nog op Appelsap nog ervaren), maar autonome mensen gaan langdurige relaties aan met andere autonome mensen. Want wederzijds respect voor het maken van eigen regels vormt de basis van iedere vriendschap (ook bij zakelijke en liefdesrelaties). Onvoorwaardelijke vriendschappen zijn vriendschappen zonder doelen. Zonder het woordje omdat wanneer je uitlegt wanneer die vriendschap er is. Maar met het woordje gewoon.

Autonome mensen hebben geen FOMO

Fear of missing out is, net als het zo opgehemelde Joy of missing out niets anders dan plezier en positieve emoties laten afhangen van dingen waar je geen invloed op hebt. Of je er nou wel of niet bij bent, het is in beide gevallen van invloed op hoe je je voelt. Autonome mensen kunnen zich prima vermaken met zichzelf en hebben niet voornamelijk emoties ten opzichte van iets of iemand anders. Geen FOMO. Geen JOMO. Maar gewoon J. Staat voor joy.

Autonome mensen hebben het vermogen blij te zijn voordat er iets gebeurt. Niet erna.

****

Nouja, zoiets dus. Dit en de rest komt in m’n boek Autonomie.

En ja, dit waren zes eigenschappen, maar er stond ook dat autonome mensen suboptimalisten zijn.