Digitaal feodalisme

Digitaal feodalisme

In een hele oude aflevering van Friends komt er een encyclopedieverkoper aan de deur bij Joey die hem een complete set wil verkopen voor 1200 dollar. Maar Joey is werkloos en vind slechts 50 dollar in z’n broekzak (hij heeft Chandlers broek aan) dus krijgt hij alleen een boek met de letter V. Dan kan hij eindelijk meepraten met z’n vrienden over bijvoorbeeld vulkanen en de Vietnamoorlog. Zo ging dat vroeger namelijk. Dan wilde je ergens iets over weten en dan zocht je dat op in een boek. Maar dan moest dat boek wel beschikbaar zijn. De jonge lezers zullen zich achter de oren krabben, maar het was heel normaal voor mensen om een set van 25 boeken in huis te hebben staan met allerhande feitjes over de wereld. Zo’n encyclopedieset dus. En als je nog iets specifiekers wilde weten, dan pakte je de fiets naar de bibliotheek en zocht je daar een boek op.

Even later concurreerde Microsoft met die boekenset, de bilbiotheek en de fiets toen Encarta verscheen. Deze encyclopedie op cd-rom ging in je computer en dat scheelde nogal wat opzoektijd. Nu konden veel meer mensen meepraten over verschillende onderwerpen. Encarta had naast tekst zelfs geluidjes (de lokroep van de dacelo, of kookaburra) en filmpjes (een visarend die een vis pakt). Een duidelijke verbetering van toegang tot informatie dus. Helemaal mooi.

En inmiddels bestaat Wikipedia, waar ik tijdens het schrijven van dit stukje vond wat de Nederlandse naam van een Kookaburra was, hoe je Kookaburra schreef, waar de naam Kookaburra vandaan komt (de Wirandjuritaal gebruikt het onomatopee (klanknabootsing—ook opgezocht) guuguubarra), waar ik de lokroep van de kookaburra voor de zekerheid even luisterde, nog even checkte of de kookaburra ook in India voorkomt of -kwam (nee) omdat ik die vogel hoorde in Jungle Book animatiefilm uit 1968. Kortom, Wikipedia is een nog efficiëntere informatiebron dan Encarta en een boekenset. Dus helemaal top. En het helpt ook dat iedereen kan bijdragen aan Wikipedia (maar niet iedereen doet dit) waardoor het de meest uitgebreide encyclopedie ooit is. Die steeds wordt aangepast.

Tot zover het goede nieuws over internet. Dan nu naar het vervelende nieuws.

Toen internet verscheen (ik was een jaar of 12 toen ik voor het eerst online ging—dat was in 1998 en toen was er al een tijdje ‘internet’), was de Wikipediagedachte zo’n beetje de centrale gedachte (of eerder: wens). Iedereen zou toegang tot iedereen krijgen en gemakkelijker connecties maken met anderen. Je zou alles kunnen gaan vinden en heel belangrijk: internet zou het einde betekenen van heel veel verschillende tussenpersonen omdat je nu direct contact kon vinden.

Maar wat er is gebeurd, lijkt zo ongeveer op het tegenovergestelde. Er is anno 2018 een aantal enorm grote bedrijven dat zich profileert als platforms (maar de definitie van een platform is dat het een horizontaal, of even/gelijk, vlak is) maar juist acteren als pentforms (ik heb deze term zelf bedacht en het betekent vanaf nu ‘hellend vlak’) en zich lijken in te zetten voor het individu of het feit dat individuen connecties met elkaar kunnen maken maar eigenlijk alleen zelf steeds machtiger worden en populaire dingen populairder maken.

En ja, het internet heeft er wel voor gezorgd dat iedereen z’n stem kan laten horen én dat hagedissenhobbyisten uit Friesland in contact komen met bierdopverzamelaars uit Samoa, maar de openheid van internet is een echokamer van ideeën, die ervoor zorgt dat verschillen in de echte wereld worden uitvergroot. Noem het het Mattheweffect (ook nog even gecheckt op Wikipedia), maar onthoud gewoon dit: als shit vaak bekeken of gelezen wordt, komt het in lijstjes met ‘populair’ of ‘trending’ en wordt het alleen nog maar meer gelezen of bekeken. Bedenk voor jezelf of dit goed of fout is, maar het is precies die echokamer in werking.

Kijk eens naar wat je zelf online consumeert. Vrijwel alles is snel gepubliceerd (het is ‘nieuws’ of haakt in op nieuws, is een livestream of een semi-live stream (Instagramstories), voor een groot publiek, aantrekkelijk voor adverteerders en met als doel bekender en groter te worden of anderszins te groeien. Blijf dus streamen, swipe anders ff up en stem op mij bij de zoveelste online verkiezing die niets anders verkiest dan mensen die heel goed mensen kunnen laten stemmen. En omdat alle online activiteiten zo’n beetje gemeten kunnen worden en er dus gemeten kan worden (en gemeten wordt) wat ‘werkt’ en wat ‘niet werkt’, vermenigvuldigen deze krachten zich steeds meer. Dat een ‘influencer’ heel goed weet wat zijn of haar doelgroep wil consumeren is misschien heel erg knap, maar betekent alleen dat iemand goed data kan omzetten in informatie, kan analyseren en heeft besloten zo generiek mogelijk te creëren. Autonomie is dood. En een platform is geen platform maar een hellend vlak met platte verhalen.

En die platforms (of pentforms) als Youtube en Facebook (en Instagram) lachen zich helemaal dood. Miljarden mensen zijn gratis aan het werk: ze maken en posten shit en leggen connecties met anderen, delen hun gegevens en klikken op advertenties. Natuurlijk zijn er mensen die geld verdienen met sociale media, maar dat zijn er echt heel weinig en bovendien is datgene wat zij verdienen altijd minder dan wat die media eraan verdienen. Het is niets anders dan digitaal feodalisme. Er is een aantal grootgrondbezitters, en die grond wordt gebruikt door wat makers en het gros van de mensen doet net alsof die makers populair zijn maar het gros van de inkomsten is voor de grootgrondbezitter. Maar het is nog erger dan in de Middeleeuwen (toen dit systeem in de fysieke wereld bestond): je staat ook nog eens je gegevens (en daarmee misschien een deel van je privacy) af, die worden verkocht aan adverteerders. Clickbait is niet het linkje waar je op klikt: je bent het zelf.

Als alle kliks en bezoeken worden gemeten én belangrijk is, dan is het geen wonder dat 90% van je favoriete Instagrammers robots gebruikt om meer likes, reacties en volgers te krijgen (meer is beter—voor adverteerders), dat alle titels van Youtubefilmpjes in hoofdletters staan, dat je veel informatie uit top-zoveellijstjes consumeert, dat rappers vooral op hun Instagramstories zetten dat je wel moet blijven streamen (en daar profiteert vooral Spotify van, uiteraard) en dat alle ‘content’ inwisselbaar is omdat het zo erg op elkaar lijkt.

Internet zou gaan helpen om iedereen zichzelf te laten zijn en dat te uiten maar het omgekeerde is gebeurd: iedereen lijkt op elkaar en afwijkende opvattingen of creaties (kunst) liggen nooit onder een vergrootglas omdat ze niet populair genoeg zijn. Tenzij Kanye West het tof vindt.

Is het een groot probleem? Geen idee. Moet het worden opgelost? Moet jij weten. Is het iets om over na te denken? Kijk maar even.

Maar hoewel die banner, waarin wordt gevraagd om geld te doneren, die eens in de zoveel tijd op Wikipedia verschijnt thunder irritant is, is het wel één van de weinige nobele dingen om online te doen. Betaal die rakkers gewoon. Want één van die rakkers ben je zelf.

Met dank aan The People’s Platform van Astra Taylor

Oja, ik praat hier in de podcast met Cesar Majorana ook over. Check ‘m op Soundcloud of iTunes.

Autonomie

Kijk maar even

Op dit moment schrijf ik het boek Autonomie over autonomie (ha) en dat komt in 2019 uit. Wil je meelezen terwijl ik het schrijf en op de hoogte blijven van het schrijfproces en daarna ook een boek krijgen over autonomie? Dat kan.

Pre-order het boek hier