Elite gezocht

Elite gezocht

Sander Schimmelpenninck is een interessante man. Deze hoofdredacteur van Quote kan (en heeft) niet alleen makkelijk praten, hij heeft ook nog eens een goed verhaal. Dat goede verhaal mist Schimmelpenninck bij vele anderen in deze wereld. Eigenlijk bij iedereen, maar met name bij politici en andere mensen die tot een elite behoren. En mensen zonder goed verhaal zorgen voor problemen. Op z’n minst zorgt een gebrek aan een goed verhaal voor vervreemding. Er is trouwens wel meer mis met elites. En daar heeft ‘ie een boek over geschreven, samen met Ruben van Zwieten.

Ik vond het wel een aardig boek. Dit is waarom.

Elite gezocht is als volgt samen te vatten: de rijkste 5% van Nederland, de economische elite, zijn over het algemeen de beslissingsnemers. Het zou goed zijn als deze groep nadenkt over het algemeen belang (dat van iedereen, het collectief, dus). Dat gebeurt niet. Deze groep kijkt vooral naar wat er voor henzelf te verdienen is door middel van efficiëntieoptimalisatie. Dat is kwalijk en moet veranderen.

Ik dacht altijd dat iedereen in Nederland de efficiencyziekte had: dat alles terug werd geredeneerd naar geld, dat alles te koop is en, erger nog, dat je alles kunt afkopen. Die ziekte stoort mij. Het is ook één van de redenen waarom ik Autonomie schrijf. Daarin probeer ik duidelijk te maken dat geld niet de enige valuta is. En dat bedragen en waarde verschillende betekenissen hebben.

Dat onderscheid staat ook in Elite gezocht, maar dit boek gaat niet over ‘iedereen’. Dit boek gaat over de economische elite. En aan de hand van een viertal fictieve personen en hun vrienden en familie keer een zevental levensfases worden de nodige problemen aan het licht gebracht.

Het boek bestaat uit zeven hoofdstukken (ieder over een afzonderlijke levensfase), die hier voor het gemak in dezelfde volgorde worden behandeld.

Opvoeden

In dit hoofdstuk worden twee ogenschijnlijk verschillende thema’s met elkaar verenigd: de opvoeding van kinderen als homo competitivus en vermogensrendementsheffing. Die homo competitivus slaat op het feit dat de opvoeding van veel kinderen, met name in de economische elite dus, wordt gezien als project. Een project dat uiteraard moet slagen, als je maar hard genoeg je best doet (als ouder) en hard genoeg je best doet (als kind zelf). Als een kind niet de allerbeste leerling is, wordt het er wel ingeramd door huiswerkbegeleiders en dure bijlessen. Die maakbaarheid zie je overigens wel meer terug: hoe veel mensen hoor je niet blaten dat alles mogelijk is, zolang je maar hard je best doet?

In hetzelfde hoofdstuk wordt vermeld dat 40% van de rijke mensen in Nederland rijk zijn omdat ze geld erven. En dat komt vooral omdat er zo weinig belasting wordt geheven op erfenissen. Dat lijkt niemand erg te vinden. Sterker nog: er is een enorme tegenstand tegen deze heffing. Zelfs van mensen die er persoonlijk niet of nooit mee te maken krijgen. Het argument ‘over dit geld is al belasting betaald’ is natuurlijk een non-argument.

De crux is deze: de economische elite maakt als geen andere groep mensen een project van (de opvoeding van) hun kinderen en daar bovenop hebben kinderen van rijke ouders de stomme mazzel dat ze een enorme zak geld (kunnen) krijgen.

Scholen

De economische elite gelooft in een meritocratie. Dat wil zeggen: een samenleving waarin je wordt beloond op basis van je talent en werklust.

IQ + effort = merit, dus (hoewel Nassim Taleb het hier niet mee eens is).

In principe een nobel streven. Geen klassenmaatschappij of vriendjespolitiek, maar gelijke kansen voor iedereen. En als je dan je best doet, loont dat.

Maar in Nederland werkt het, na een periode dat het wel werkte, niet meer zo. Op Duitsland na is Nederland een land waarin niet je eigen talent maar vooral het diploma van je ouders in sterke mate voorspelt wat voor diploma jij zult halen.

Hoe komt dat? Dat ligt volgens de schrijvers aan meerdere oorzaken, maar vooral aan geld in combinatie met die competitieve insteek van de economische elite. Waar in theorie het scholensysteem in Nederland emanciperend zou moeten zijn, kiezen rijkere mensen voor betere scholen met minder lerarenverzuim, betalen ze bakken met geld voor bijles en zetten mensen uit de economische elite docenten meer onder druk om hun kinderen betere scores te geven.

De meritocratie heeft zichzelf in z’n staart gebeten, aldus Schimmelpenninck en Van Zwieten.

Studeren

U kent Sander Schimmelpenninck ongetwijfeld als die gast die zo driftig van leer trok tegen het besluit om ook MBO-leerlingen student te noemen. Of, zoals hij het zelf schrijft in een column in Quote:

Het zou (…) beter zijn als minder mensen studeren en meer mensen een praktische opleiding ambiëren. Juist daarom moeten we dus niet iedereen student noemen, want dat bevestigt alleen maar de misvatting dat een suffe bureaubaan en een zinloos bestaan onder een systeemplafond het hoogst haalbare is.

In Elite gezocht staan dezelfde argumenten, maar het gaat natuurlijk over de diplomafetisj van de economische elite. Het fenomeen waarbij alles gedaan moet worden voor later. Waarbij en passant nog een mooi cv wordt gemaakt met allerlei verplichte maatschappelijke nummers, omdat het moet. Niet vanwege zingeving of niet-meetbaar voordeel.

De oplossing van dit wederom competitieve denken? Nadenken over welke rol je in de samenleving kunt vervullen, in plaats van alleen maar theorie bestuderen die losstaat van de werkelijkheid.

Hier zou Nassim Taleb het dan wel weer volkomen mee eens zijn.

Yuppen

Niet lang geleden las ik het boek Twintigerstwijfels & Dertigersdilemma’s en podcastte ik met de auteur Nienke Wijnants. Ook in Elite gezocht wordt het door Wijnants bedachte woord dertigersdilemma letterlijk gebruikt.

Hier ligt een probleem aan ten grondslag en dat probleem vermomt zich als kans. Het is namelijk tegenwoordig makkelijker dan ooit om snel rijk te worden. Zeker als je goede resultaten haalt op universitaire opleiding en gemakkelijk bij McKinsey aan de slag kunt als consultant. Dan kun je wel lange dagen maken en onder datzelfde systeemplafond zitten in je pak, als je kneiterveel geld verdient, dan is het veel moeilijker om te overwegen iets zinvols te doen, voor veel minder geld.

En er is ook een probleem met het werk wat er wordt gedaan. Taleb noemt het gebrek aan skin in the game, de economische elite zou het zelf een gebrek aan accountability noemen. Het betekent gewoon dat er veel werk is waar veel en enorme positieve consequenties zitten aan het goede doen en geen negatieve consequenties aan het verkeerde doen. En dat is op zich niet erg (in Antifragile wordt zoeken naar zulke activiteiten zelfs aangemoedigd), maar wel als de consequenties van je negatieve gedrag impact hebben op een (grote) groep anderen. Zie ook: de financiële wereld.

Huwen

De ultieme uiting van het maakbaarheidsdogma is natuurlijk dat je van tevoren besluit dat je huwelijk ‘de mooiste dag van je leven’ gaat worden. Het is eigenlijk zot om dat vooraf te stellen, en toch doen velen het.

De samenvatting van dit hoofdstuk is dat ook het huwelijk een project is, bubbels steeds kleiner worden, rijke mensen met rijke mensen trouwen en Bas Smit het faillissement van intellect is.

Bazen

Volgens mij als simpele, niet-of-nauwelijks-elitaire lezer met een negatief eigen vermogen, is dit de kern van het boek. In dit hoofdstuk wordt samengevat dat mensen in economische elite een gebrek aan een goed verhaal hebben. Ze worden opgeleid competitieve mens, die altijd een stapje hogerop moet maken. Geld verdienen. En daarna steeds meer geld verdienen.

Er is een gebrek aan interesse voor filosofie, literatuur en andere werken van denkers. En daardoor ontstaat er dus een kloof tussen de elite en het volk, die in essentie de elite de elite laat zijn. Het bijeenhouden van de samenleving is een taak van de elite, en die taak wordt nagelaten. Gevoed door eigenbelang .

Graven

In dit hoofdstuk gaat het over veel dingen, onder andere over het feit dat (extreem) rijke mensen graag pochen met filantropie, terwijl ze natuurlijk ook gewoon netjes belasting kunnen betalen. Hier wordt Rutger Bregman nog even aangehaald met zijn virale opmerkingen in Davos, om vervolgens wel zijn basisinkomenidee de grond in te boren. Voor een stukje balans natuurlijk.

De conclusie van het hoofdstuk en het boek in het algemeen is dat er geen behoefte is aan Soho House maar aan salons, waar rijken, politici en intellectuelen elkaar tegenkomen en ideeën testen. Aan een elite die nadenkt over het algemeen belang dus.

Ik zie er wel wat in.

Check het boek hier op bol.com

Autonomieboek

Kijk maar even

Op dit moment schrijf ik het boek Autonomie en dat komt in 2019 uit. Wil je meelezen terwijl ik het schrijf en op de hoogte blijven van het schrijfproces en daarna ook een boek krijgen over autonomie? Dat kan.

Pre-order het boek hier