Alles is fucked, maar niet heus

Everything is fucked review

Manson krijgt minpunten omdat hij zo nodig weer het woord fucked moest gebruiken in z’n boektitel (was niet nodig) en hetzelfde design voor de cover koos (ook niet nodig), maar die minpunten snap ik vanuit marketingperspectief heus wel. De inhoud is top. Dit is waarom.

Voor de millennial die allemaal dingen leest om de wereld te willen begrijpen maar vervolgens voelt dat ze het helemaal niet begrijpt, zijn er een paar mensen die een oplossing bieden. Eéntje is James Clear (onder andere bekend van het zeer vermakelijke boek Atomic Habits), een andere is Nassim Taleb (maar dat is niet de beste schrijver) en weer een andere is Mark Manson. Zijn blogposts en boeken (het zijn er maar twee nu) bevatten niet per se de meest interessante informatie of levensveranderende inzichten, maar er zijn weinig auteurs die zo goed voorbeelden afwisselen met metaforen, relevante informatie, werkelijke quotes van filosofen en perfect getimede grappen. Bas Haring komt in de buurt, maar Haring zou nooit Everything was Gucci gebruiken om het sentiment na het publiceren van de relativiteitstheorie door Einstein te beschrijven. Manson dus wel. En dat is heel goed, omdat ik door dat soort zinnen ook precies weet waar het stuk over ging en waar ik het kan terugvinden. Dan kun je een potje schrijven hoor.

Everything is fucked is, zoals de ondertitel expliciet vermeldt, een boek over hoop. Een boek over waarom hoop (en wanhoop) voor kinderen en jongvolwassenen zijn. Manson legt ze uit als transacties: als ik nou x (niet) doe, dan zal y waarschijnlijk (niet) gebeuren. Dat is niet goed volgens hem. Beter kun je beter zijn. Zonder voorwaarden. Een beetje zoals de deugden (virtues) uit het stoïcisme dus, hoewel stoïcijnse filosofen in dit boek niet worden aangehaald (hier wel). Dus: beter goed doen omdat goed doen goed is, dan goed doen omdat iemand je dan aardig vindt / je backstage uitnodigt / je geld geeft / een video met je wil opnemen en je meer Youtubeabonnees krijgt.

Het boek begint eigenlijk best stom. Bij het eerste hoofdstuk over een badass Poolse verzetsheld haakte ik tenauwernood aan (misschien kwam het omdat ik het boek zat te lezen naast heiwerkzaamheden) maar gaandeweg kon Manson me steeds beter meenemen in z’n verhaal. Z’n centrale punt (en oorzaak van veel onduidelijkheden) is dat er een denkend brein is en een voelend brein. En we doen allemaal net alsof dat denkende brein belangrijk is, maar dat voelende brein neemt zo’n beetje alle beslissingen. Ik weet niet of ik het er volledig mee eens ben hoe deze machtsverhouding tussen de twee breinen wordt uitgelegd, maar voor zijn standpunten doet het er niet zoveel toe.

Het denkende brein baseert zich op feiten (wetenschap en bewijs) en grijpt dus terug op het verleden. Het voelende brein baseert zich op waarden en blikt vooruit op de toekomst (en is dus hoop). Manson legt hierna ook drie soorten religies uit: interpersoonlijke religies (richting een ander persoon, dus bijvoorbeeld een sportheld of politicus, die hoop geeft), ideologische religies (eigenlijk alle -ismes, die een beperkte redenering gebruiken om te vertellen dat de hele wereld fucked is en beter kan en zo hoop geeft) en spirituele religies (alle religies die hoop putten uit bovennatuurlijke krachten, en daarom dus ook het sterkst zijn). En hier is natuurlijk plek voor Nietzsche, die stelde dat God dood is omdat we ‘m tijdens de Verlichting dood hebben gemaakt en dat dat voor nogal wat problemen kan/kon gaan zorgen. Die problemen bespreekt Manson dus ook in z’n boek, want Nietzsche riept dit al in 1882. Overigens zijn de podcasts van Philosophize this! (van Stephen West) over de Frankfurt School enorme aanraders als je meer wilt weten over deze stelling en de betekenis ervan.

Het centrale punt van het boek is, het spijt me enorm lieve lezer, maar zo heb ik het onthouden, dat autonomie zeer belangrijk is. De formule van de mens(elijk)heid (humanity) is dat je nooit (relaties met) andere mensen als middel moet zien, maar alleen als doel. Dus niet x doen zodat een ander persoon y gaat doen, maar x doen omdat x een deugd is. En ja, dat is lastig. Maar niet onmogelijk.

De mooiste (toch niet helemaal) verrassing was de aandacht voor het concept antifragiliteit van Nassim Taleb (inmiddels niet meer mijn held, want ik doe niet aan persoonlijke religies natuurlijk—kom nou). Manson gebruikt antifragiliteit (dingen die beter worden van chaos en wanorde) om uit te leggen waarom pijn uit de weg gaan een slecht idee is. Betere pijn, dat is een beter idee. Een prikje dat een vaccin toedient en even ongemakkelijk is, in plaats van sterven aan pokkenpest bijvoorbeeld. Maar niet schijninnovaties voor het uitstellen van precies dezelfde pijn, zoals saaie Netflixseries bingen.

Dus ja, de conclusie van het boek is eigenlijk hetzelfde als die in het vorige boek: accepteer dat je een mens bent en doe het goede. En doe dat omdat goede dingen doen goed is, niet vanwege eventuele straffen of waarderingen. Daarom snapte ik die vorige titel (The Subtle Art of not Giving a Fuck) wel en deze niet.

En zo vat het boek talloze interessante onderwerpen samen. Het gaat van marketing (met aandacht voor schijninnovaties en afleidingsmanoeuvres) naar autonomie (vrijheid is kiezen voor verplichting) via acceptatie van een fucked leven (pijn is een valuta) naar waarom politiek zo raar is de laatste tijd (links en rechts gedragen zich niet volwassen), via minimalisme (meer keuze is variatie, minder keuze is vrijheid) naar hoop (vernietig dromen (niet) door ze werkelijkheid te laten worden).

Het boek geeft weer genoeg zijwegen om verder te lezen. Manson heeft weer een parel geschreven. Maar ik zal het nog wel een paar keer moeten lezen om me er anders door te laten voelen.