Waarom blijft mijn kat leven maar gaat mijn plant dood?

Kat in blad

Onlangs verscheen er een filmpje op mijn favoriete Instagramaccount @natureismetal van een ooievaarsmoeder die één van d’r jongen uit het nest dondert. Dat leek inderdaad metal (of: wreed) maar ik betwijfel of het dat is. Die ooievaarsmoeder is evolutionair gewoon geprogrammeerd om zo goed mogelijke keuzes te maken voor het voortbestaan van de soort. Die maakt zich niet druk om eventuele toekomst van het ene jong. Dus weg ermee. Het voorval speelde zich trouwens af om de hoek bij Zwolle.

Dat @natureismetal mijn favoriete Instagramaccount is, heeft niet te maken met het feit dat er voornamelijk dieren die andere dieren opvreten worden gepost. Ik vind het gewoon mooi dat dit account precies het tegenovergestelde van de rest op Instagram is. Het is meedogenloos, hard, echt, natuurlijk en rauw. De rest op Instagram is mild, soft, nep, (gekapitaliseerde) cultuur en geproduceerd. Maar het is vooral een herinnering aan hoe we als mens en mensheid onszelf steeds fragieler maken terwijl we denken dat we zo robuust zijn. Daar word ik soms angstig van.

Over fragiliteit gesproken, let’s talk dooie planten. De lezersvraag was immers waarom katten gewoon in leven blijven, terwijl planten met dezelfde aandacht sneller sterven.

Het antwoord op de vraag heeft heel veel te maken met die ooievaarsintroductie, want alles in woonkamers is er precies het tegenovergestelde van. Woonkamers zijn namelijk, strikt bekeken, enorm slechte onderkomens voor welke levensvorm dan ook. Verwarming, isolatie, ventilatie, elektriciteit, vloerverwarming, stromend water, licht en slaapsystemen maken zo’n grotemensenkijkdoos pas aangenaam. Woonkamers zijn voor de rest gewoon grotten.

Bent u wel eens in een grot geweest? Ik ook. Naast het feit dat ik de meest claustrofobische persoon op aarde ben en dan met m’n tong tegen m’n gehemelte gil, valt me altijd op dat er, behalve zeer interessante hopen vleermuizenkak, vrij weinig groeit. Kan Sir David Attenborough wel mooie documentaires maken over kakkerlakken, duizendpoten en blinde meervallen, het blijven uitzonderingen. Er groeit niks in grotten.

Gek, Ko en Schouderhamster

In huiskamers is het weinig anders. In de meest recente geschiedenis zijn er wel steeds meer architecten geweest die, geholpen door steeds betere isolatie, enorme ramen in wanden hebben getekend, maar woonkamers blijven cultuurproducten. Als je daar iets in leven wilt houden, dan zul je daar persoonlijke verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Dat geldt voor jezelf, maar ook voor je kat en je planten.

Ik heb zelf geen kat en ik heb nooit een kat gehad. Wel had ik ooit twee hagedissen (genaamd Gek en Komeer over de eenzaamheid van de ene toen de ander doodging hier) en een hamster (die heette Schouderhamster), dus ik weet hoe je levende apparaten in leven moet houden. Dat is niet zo moeilijk. Die geef je een beetje voer en als ze genoeg hebben, stoppen ze met eten. Of ze worden obees. Dan blijven ze leven maar dan zijn ze wat vatbaarder voor allerlei ziektes. Mijn hagedissen sloegen trouwens vet op in hun staart (het waren luipaardgekko’s). Ik heb nog wel geprobeerd een hormoonbalansdieet voor te stellen om de vetdistributie te veranderen, maar dat werd beantwoord met wat glazige blikken.

Je kunt planten niet vetmesten

Met planten werkt het net wat anders. Je kunt planten niet vetmesten. Zoals er bij mensen en dieren een minimale en optimale hoeveelheid voeding is, maar niet heel gauw een maximale hoeveelheid, is het bij planten net even wat anders.

Planten maken hun voeding namelijk zelf. Samen met voldoende water en zonlicht (en een goede temperatuur en luchtvochtigheid) maken planten suikers van koolstofdioxide. Die suikers worden opgeslagen in de plant zelf of gebruikt als materiaal om te groeien (dit betekent eigenlijk hetzelfde). Een plant heeft dus voornamelijk zuurstof, zonlicht en water nodig.

Nu zul je ongetwijfeld denken dat je je plant heel goed verzorgt en toch gaan je kamerplanten dood. Maar dan, lieve lezer, ben je naïef. Je bent niet de enige uitzondering op de wereld die alles goed doet maar dan niet met het gebruikelijke resultaat. Het ligt echt aan jou, als verzorger van de plant in de grot.

Waar een kat of gekko of hamster zichzelf nog een beetje kan verplaatsen, kan een plant dat niet. Staat het ding in een donkere hoek, op de tocht, op een plek waar je er steeds tegenaan loopt, dan sterft een plant. Een kat zoekt een plekje in de zon op en gaat daar liggen tukken.

Als je je plant te veel water geeft (één van de meest voorkomende fouten), dan gebeurt er eerst niet veel maar zodra wortels verzuipen (en gaan verrotten), kan een plant steeds minder water opnemen en kunnen bladeren verdorren en groei stoppen. Ja, een teveel aan water is een groot probleem en een teveel aan water kan een plant uitdrogen. Een kat stopt met drinken als ‘ie genoeg heeft.

Planten staan in potten. Dat zijn niets meer dan hele krappe kooitjes. Ik geef het drie jaar voordat er activistische organisaties kwekerijen binnensluipen om planten uit hun pot te bevrijden.

Het verschil tussen katten en planten is dus dat die kat zichzelf kan verplaatsen en stoppen met eten (in theorie dan) en dat een plant dat niet kan en ook niet eet maar z’n eigen eten maakt. Kortom: een huisdier geeft je directe feedback en een plant niet.

Kortom: katten zijn voor beginners, planten voor pro’s.