Safari in het Krugerpark

Safari in het Krugerpark

In het boek The Mysterious Island van Jules Verne stort een groepje Amerikanen neer op een onbekend eiland en moet het zichzelf in leven houden met wat het eiland te bieden heeft. Dat gaat eigenlijk helemaal prima (ik ben pas op de helft van het boek). Een beetje zoals dat ene seizoen van Expeditie Robinson toen er een manneneiland en een vrouweneiland was. Op de eerste dag had het manneneiland een compleet dorp met bestrating, containerhaven, internationale luchthaven en (twee!) metrolijnen aangelegd en was het kommer, kwel en overnachten in het zand op het vrouweneiland met onderlinge verwijten en gezeik.

The Mysterious Island is geschreven in de tweede helft van de negentiende eeuw en toen was het ook nog helemaal prima om zoveel mogelijk dieren af te knallen. In het boek waren het vooral jachtpartijen voor voedsel en ter bescherming (en de eliminatie van een groepje apen dat de grot van de hoofdpersonen had gekraakt), maar in de echte wereld, grofweg anderhalve eeuw geleden, was plezierjacht net even wat algemener geaccepteerd dan nu.

Nu zijn er zelfs mensen die op de barricade gaan staan tegen jagers die een hert doodschieten en het van kop tot kont opvreten, terwijl diezelfde mensen Bifiworstjes kopen bij de Shell en ze voor de helft opeten. Hopelijk veert de publieke verontwaardiging weer wat terug naar een saai midden: jacht voor persoonlijk gebruik yeah yeah yeah, trofeejacht boe boe boe.

Toen trofeejacht nog cool was, introduceerde ooit iemand de term big five, waarmee een groep van vijf uiterst gevaarlijke dieren werd bedoeld. Niet de grootste, nee, maar de gevaarlijkste om, als voetgangerjager, te schieten. Ga maar na: een neushoorn is een tank op poten, een olifant een nog grotere tank, een buffel is sowieso een lijpo en luipaarden en leeuwen maken je ook af als je tof doet. Dus het was zeer bewonderenswaardig als je als jager die vijf dieren koud had gemaakt. Opgezet in je huis kon je daar dan tussendoor paraderen en als Tinder had bestaan in de negentiende eeuw, dan waren er ongetwijfeld profielfoto’s tussen de opgezette dieren. Pijpje aan de lip, pofbroek om de kont, sabel aan de riem, monocle op de waffel.

Mooi apparaat
Mooi apparaat

Inmiddels is de big five nog steeds dezelfde groep dieren, maar is het nu vooral cool om ze met een camera te schieten. Dat heeft voordelen en nadelen. Het voordeel is dat dieren in theorie onbeperkt geschoten kunnen worden (en dat is wel zo duurzaam), maar het nadeel is dat iedereen en z’n moeder de big five nu wel heeft gezien. En dus is het niet meer cool. Een foto van een buffel op Tinder doet het waarschijnlijk ook niet zo heel goed. Dan kun je net zo goed met een spiegelkarper gaan poseren.

Maar ik snap heus wel dat je graag een keertje wilt proberen die big five te zien. Dat wilde ik zelf ook heel graag en heb het, door wisselende samenstellingen van mijn reisgezelschap, ook meerdere keren geprobeerd. En omdat de laatste poging nog vers in het geheugen ligt, leek het mij wel aardig om een praktische gids te schrijven voor het ondernemen van een safari in het Kruger National Park in Zuid-Afrika. Maar ik begrijp heus wel dat mensen na zo’n omslachtige inleiding over een avonturenroman en buffelfoto’s op Tinder zijn afgehaakt.

Veel
Veel

De big five is dus een volledig arbitrair lijstje van dieren die vroeger ooit eens gevaarlijk waren voor een jager om te schieten. Nu is het alleen maar cool als je ze gezien hebt omdat iedereen denkt dat het cool is. Maar als jij een giraffe, nijlpaard, mangoest, wrattenzwijn en een waterbok wilt zien, dan moet je dat lekker zelf weten. Sterker nog: als je de hele ervaring van in een (open) auto door een wildpark of National Park of privéreservaat rijden tof vindt, dan is dat natuurlijk helemaal mooi. Dan is je safari binnen een seconde geslaagd.

Mijn favo: African Wild Dogs
Mijn favo: African Wild Dogs

Waar vind je de big five?

Er zijn dertien landen waar je de big five kunt zien en ik weet dit niet zeker want ik heb dit ook maar gewoon van een blog dat het eerste zoekresultaat op Google was. Deze landen zijn: Angola, Botswana, Oeganda, Zambia, Ethiopië, Namibië, Zuid-Afrika, Kenia, Zimbabwe, Tanzania, Rwanda, Malawi en de Democratische Republiek Congo.

Één van de gemakkelijkst te bereiken en voordeligste plekken is het Kruger National Park in Zuid-Afrika, want vluchten naar Johannesburg zijn meestal betrekkelijk goedkoop en vanaf daar is het nog maar een paar uurtjes in een voordelige huurauto rijden (of kun je nog naar Hoedspruit of Nelspruit vliegen, die beiden zo’n beetje naast het park liggen).

Deze gids is er voor mensen die graag een safari willen doen in het Krugerpark maar, net zoals ik toen ik mijn trips voorbereidde, online nogal wat wazige onduidelijke informatie lazen en er ter plekke pas achter kwamen hoe het allemaal werkte.

Stop met zoeken, het gaat om die boom
Stop met zoeken, het gaat om die boom

Valsspelen

Kruger is een vrij groot nationaal park, maar als je op Google Maps een beetje uitzoomt is het nog steeds maar een heel klein deel van Zuid-Afrika, laat staan van het complete continent. Dit uitgestrekte park heeft dus gewoon wildbeheer nodig. Dat wildbeheer probeert er bijvoorbeeld voor te zorgen dat neushoorns niet worden gestroopt door mensen die bijvoorbeeld vanuit Mozambique het park insjokken, maar ook worden er dieren afgeschoten in periodes met weinig regen en dus weinig eten. En de asfaltwegen moeten worden gepoetst en de hekken moeten worden gecontroleerd.

Zo komen we dus bij de eeuwige discussie over valsspelen bij safari’s. Want het is zogenaamd het tofst om dieren te spotten zonder dat je daarvoor hulpmiddelen gebruikt. Maar álle safari’s gebruiken hulpmiddelen, dus dit is een oeverloze discussie.

Ga je naar een dierentuin, dan ga je bij een hek staan en zie je een leeuw. Ga je naar een privéreservaat, dan weet de gids precies waar een neushoorn woont en rijdt ‘ie je er naar toe. Ga je naar Kruger met een gids, dan communiceert de gids met andere gidsen over waar bepaalde dieren zijn gezien en rijd je daar over een asfaltweg naar toe. Ga je op eigen gelegenheid een park in, dan kijk je gewoon waar heel veel auto’s stil staan en check je daar of er een leeuw ergens onder een boom ligt. En ga je te voet zonder gids een park in, dan check je nog steeds sporen. Dus álles is valsspelen en er zijn geen regels. Dus doe maar lekker. Dan hoef je je ook niet zo druk te maken.

In de Nederlandse winter is het Krugerpark (meestal/doorgaans) groen
In de Nederlandse winter is het Krugerpark (meestal/doorgaans) groen

Privéreservaten

Kruger is dus een Nationaal Park. Er staat (in Zuid-Afrika) een hek omheen, er zijn toegangspoorten, er is entreegeld, er zijn asfaltwegen en er zijn frisdrankautomaten. Naast en tegen Kruger aan ligt een aantal privéreservaten. Dat zijn stukken land van mensen die daar zelf wat dieren in hebben gegooid. Ook die reservaten worden beheerd en geëxploiteerd. Het is natuurlijk zo dat er aan al die parken geld verdiend moet worden. En dat is prima. Sommige van die privéreservaten hebben het hek tussen hun terrein en Kruger weggehaald zodat dieren vrij kunnen rondlopen. Andere reservaten zijn wat kleiner, hebben een hek eromheen en zijn dus gewoon een soort hele grote achtertuinen met wat dieren erin. Allemaal prima.

Om naar een privéreservaat te gaan, moet je dingen regelen bij zo’n reservaat zelf. Meestal is dat thunder duur maar soms niet. Heel soms kun je je alleen aanmelden voor een game drive, wat vrij vertaald een rondje rijden om dieren te zien is.

Je kunt ook gewoon met je (huur)auto zelf Kruger in, mits je entree betaalt, je je aan de regels houdt en op tijd het park uit rijdt. Maar het kan ook met een gids.

De lokale buizerdequivalent
De lokale buizerdequivalent

Met een gids

De eerste keer dat ik naar Kruger ging, verbleef ik met twee reisgenoten ten zuiden van het park. Daar boekten we een lodge en reden we met een huurauto het park in. Bij de entree en bij zogenaamde rest camps in het park staan grote kaarten waar mensen kunnen aangeven op welke plek ze dieren hebben gezien. Vanzelfsprekend zijn die plekken allemaal naast wegen omdat je niet zomaar van de weg af mag in Kruger en dus alleen maar dieren kunt spotten vanaf de weg. Je kunt dus op eigen houtje het park in en dieren gaan zitten bekijken.

Met een gids gaat het eigenlijk een beetje hetzelfde, maar zo’n gids heeft, met een heel klein beetje geluk, nogal wat verstand van de lokale flora en fauna. En in veel gevallen is dat leuk. Zo leer je nog eens wat over de ecosystemen en waarom planten, dieren en andere levensvormen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Waarschijnlijk weet een gids ook wel beter onder welke boom een leeuw kan liggen en wat de favoriete hangplek van een luipaard is.

Tijdens mijn laatste safari deed ik een game drive met Jochen van The Africa Bug. Deze Belg gooide zijn computernerdskills aan de wilgen om een droom na te jagen om gids te worden. Vele cursussen en praktijkervaring later was hij degene die op een goede doordeweekse dag twee Nederlanders een dagje meenam het park in. Dat was helemaal mooi want zo konden we zonder taalbarrière elkaar de oren van het hoofd lullen over planten en dieren. Topvermaak, als je het mij vraagt.

Het wc-brilhert
Het wc-brilhert

Dan nu praktisch

Ok u wilt ook dieren zien in het Krugerpark. Hoe werkt zoiets? Dat is eigenlijk heel simpel: gedurende het hele jaar zijn, zoals reeds vermeld,vluchten naar Johannesburg meestal betrekkelijk goedkoop. Een voordelig tarief is €400, met een overstap, vanuit Amsterdam of Brussel. Tot €500 is het wat mij betreft nog acceptabel. Daarboven moet je even een list verzinnen om het tarief wat goedkoper te maken. Daar ken ik nog wel een boek over.

Het park is nog wel een goede vijf uur rijden vanaf Johannesburg, een beetje afhankelijk van welk deel je wilt bezoeken. Huur dan een auto op de luchthaven van Johannesburg (JNB). Ook dat is betrekkelijk voordelig in Zuid-Afrika. Reken op vanafprijzen van €15 per dag voor prima autootje. Die prijzen worden hoger naarmate je auto groter en/of luxer wordt. De wegen zijn zeer comfortabel en je hebt in het park zeker geen 4×4 nodig omdat er veel asfaltwegen zijn en niet al te onbegaanbare zand- en gravelwegen.

Ten zuiden van het Krugerpark ligt de stad Nelspruit. Je kunt daar naar toe vliegen en dan bijvoorbeeld een pickup (ophaal, niet een type auto) regelen van de lodge die je hebt geboekt (over die lodge heb ik het straks). Maar het voordeligste is dan nog steeds zelf een auto huren. De prijzen voor een huurauto nabij het park zijn te vergelijken met huurautoprijzen op de luchthaven van Johannesburg.

Ten westen van het park ligt de plaats Hoedspruit. Vanaf deze luchthaven kun je je overal naar toe laten rijden door je accomodatie, maar ook hier is een huurauto natuurlijk verstandig, afhankelijk van je wens om zelf het park te verkennen.

Ik heb steeds gekozen om zelf een auto te huren en in zo’n vijf uur naar het park te rijden. De eerste keer deed ik een zogenaamde self-drive en de laatste keer twee keer een guided drive.

Luipaard in Krugerpark
Dit is hoe goed ik een luipaard zag

Accomodatie

Alle hotels rondom een nationaal park heten kennelijk lodges, vaak omdat het een soort boerderij met hutjes in een bos is. Dus dat vind ik een prima reden. Het is van belang om een kamer in een lodge te boeken. Die lodge moet, naar eigen inzicht, vlakbij de plek zijn die je wilt bezoeken. Kruger National Park dus, of het privéreservaat er vlakbij of beide. Let er wel op dat je vaak alleen een privéreservaat in mag wanneer je ín dat reservaat in een lodge verblijft. Vaak (niet altijd) zijn die verblijven allejezus duur en ook van meer gemakken voorzien.

Je kunt overigens ook ín het Krugerpark verblijven (want er zijn wat lodges die worden uitgebaat door het park zelf), maar ik zie daar de lol niet van in, tenzij je graag vanuit daar lopend een safari wilt doen (onder leiding van een gids).

Ik heb bijvoorbeeld verbleven nabij Malalane (aan de zuidkant) en Malilule (aan de westkant, maar toch nog best ver van een poort naar het park). Onze eerder genoemde gids Jochen liet ons zijn splinternieuwe lodge zien, dichtbij een poort en op basis van dat bezoek en het feit dat het dichtbij een poort zit én Jochen een gids is, kan ik deze lodge zeker aanraden.

Zoals gezegd kun je dus ook ín private game reserves verblijven. Omdat deze reserves een influx van rijke (bijvoorbeeld Amerikaanse) toeristen hebben, zijn prijzen hoog. Het beheer van zo’n reserve is natuurlijk ook niet goedkoop.

Ons verblijf bij Malilule was dus vrij ver van een poort, maar op het privéterrein van een wildedierenfokker. Je moet dus een hek door, giraffes en gnoes ontwijken, nog een poort door en nog een poort door om bij de lodge te komen.

Game drives

Heb je eenmaal je ticket, je auto en je verblijf gefixt, dan moet je nog je daadwerkelijke safari regelen. Je boekt dan een zogenaamde game drive bij een organisatie of een freelancende gids. Zoals gezegd kan ik je onze gids Jochen aanraden, maar je kunt ook contact opnemen met een accomodatie zodat zij van tevoren een gids voor je kunnen reserveren. In dat laatste geval betaal je natuurlijk meestal wel meer omdat iedere persoon tussen jou en de gids natuurlijk een percentage wil hebben. Dat is prima. Maar je moet dus Jochen hebben (hij doet game drives vanaf de westkant van het park, vlakbij Hoedspruit).

Dezelfde safari-outfit als je reisgenoten is niet verplicht, maar wel aan te raden

Een game drive is een route door het park vanaf de vroege ochtend tot in de middag of een hele dag (of ’s avonds of een ander dagdeel). Als je doel is om die big five te zien, dan weet je niet van tevoren hoeveel game drives je moet doen. Je weet namelijk nooit van tevoren wat je gaat zien. Ik kan je ook niet vertellen bij hoeveel pogingen je gemiddeld die big five gaat zien. En iedere gids gaat je ook direct vertellen dat hij of zij niets kan beloven.

Ik vind het meestal na twee hele dagen door een park crossen wel mooi geweest. Maar als je ook nog een wildedierenopvangcentrum wilt bekijken en in de buurt rondjes wilt rijden langs ravijnen en watervallen, dan heb je meer dagen nodig.

Je kunt natuurlijk ook zelf het park in. Dan kun je gewoon vertrekken en eindigen wanneer je wilt. Dat is het goedkoopste en geeft je de meeste vrijheid. Ikzelf vind autorijden eigenlijk helemaal niet leuk en ik wil graag op pad met iemand die het gebied beter kent en mij wat kan vertellen over de planten en dieren. Dus mijn voorkeur gaat uit naar een gids.

Wat je dus moet regelen voor een safari zijn je vlucht(en), je lodge (hotel), je huurauto en je game drives.

Je kunt er ook soms als een douche uitzien op safari

Mitsen en maren

Tijdens het lezen ben je natuurlijk gaan steigeren. Ook jij hebt ooit een safari gedaan (op een andere plek misschien) en het ging bij jou helemaal anders en jij weet het allemaal beter dan ik. Die kans is zeer groot. Ik hoop alleen dat ik met deze gids mensen iets meer duidelijkheid heb kunnen verschaffen over hoe je een safari voor beginners in elkaar kunt zetten. Het Krugerpark is hiervoor uitermate geschikt.

Je kunt dit natuurlijk ook toepassen op andere plekken waar de big five en andere inferieure diersoorten voorkomen. Waarschijnlijk gaat het allemaal net zo (vlucht, auto, verblijf, gids) of regel je het allemaal zelf. Ook prima.

In het kort

  • Je kunt heel gemakkelijk een safari doen in het Krugerpark;
  • Vluchten naar Johannesburg zijn vaak heel goedkoop;
  • Vluchten naar nabij het Kurgerpark niet;
  • Boek een lodge vlakbij een ingang van het park;
  • Boek een huurauto;
  • Regel een gids of ga gewoon zelf;
  • Maak foto’s van dieren;
  • Zet ze op Instagram.

Sommige foto credits: Jochen Van de Perre

Trouwens… ik heb een ticketzoekmachine gebouwd, die Yelmair heet.