Waardeloze goedkope tickets

Lekker boarden in de lucht

Het is tegenwoordig geen nieuws meer dat je voor minder dan €1000 de wereld rond kunt vliegen. Nu er in zo’n beetje ieder continent hevig wordt geconcurreerd door low-cost airlines, zijn er inmiddels ook low-cost long haul airlines, die het model kopiëren tussen continenten. Een voorbeeld van zo’n airlines is het, overigens in zwaar weer verkerende, Norwegian. Daarmee vlieg je bijvoorbeeld voor €131 tussen Amsterdam en New York.

Of Scoot, een lowcost airline uit Singapore, die je voor €159 van Athene naar Singapore brengt.

En Cebu Pacific vliegt je voor €88 van Dubai naar Manila.

Nog eentje? Met Air Asia X vlieg je tussen Honolulu en Osaka voor €170.

Kortom: je kunt tegenwoordig extreem voordelig van A naar B, ook als A en B duizenden kilometers van elkaar verwijderd liggen.

Waarde en prijs

Nu is er een groot verschil tussen de prijs en de waarde van vliegtickets. Dat onderscheid beschrijf ik ook in mijn boek Thuisblijven is duurder, maar mag nog wel eens even onderstreept worden. Zeker omdat er nu een enorme kloof begint te ontstaan tussen wat airlines aanbieden aan hun reizigers.

Capturing the consumer surplus

Om die kloof te begrijpen moeten we eigenlijk terug gaan naar waarom er lowcost airlines zijn ontstaan. Dat was heel simpel: er was een markt van prijsbewust (vakantie)reizigers die te vangen waren met lage tarieven. Dat die tarieven zo laag waren omdat het serviceniveau beduidend lager was dan normaal, bleek niet zoveel uit te maken. Bovendien was ook niet alle service aan boord voor iedereen relevant: dat gratis krantje, een opgewekte zorgzame stewardess, die droge plak brood op je vlucht naar Oslo en zonder problemen een koffer inchecken bij goed bemande incheckbalies boeiden het volk niet zoveel. En zo is Ryanair dus één van de meest winstgevende luchtvaartmaatschappijen geworden.

Concurrentie

Airlines die al tientallen jaren bestonden, ondervonden dus opeens hevige concurrentie van andere airlines. Omdat de gemiddelde mens geen flauw idee had dat een vlucht tussen Amsterdam en Londen met British Airways heel anders was dan met EasyJet (ook al land je op een heel andere luchthaven), leken die al langer bestaande zogenaamde legacy carriers plotseling in zwaar weer te verkeren. Hun oplossing daarvoor was óók hun aangeboden product uitkleden. Maar dat werkt(e) averechts: van zulke airlines werd verwacht toch nog enige service te krijgen: een kleine snack aan boord, een iets ruimere stoel en dat gratis krantje. En toen dat allemaal werd geschrapt, waren de rapen gaar. Een airline als British Airways werd door klanten zelfs slechter beoordeeld dan Ryanair. Waarom? Omdat mensen bij Ryanair verwachten dat je nul service krijgt (en voor alle extra’s moet betalen) en bij British Airways niet.

Berekende misère

Dat betalen voor extra’s wordt door Tim Wu calculated misery genoemd. En dat werkt pas als het basisproduct enorm kut is. Dan wil wel opeens het halve vliegtuig betalen om als eerste te kunnen boarden (en uiteindelijk alsnog in een rij staat elkaar luizen te geven). Dan willen mensen extra betalen voor een stoel vooraan en een stoel naast je reispartner.

En nu?

Inmiddels zijn er nu drie soorten airlines. De eerste groep is de groep die door Ryanair wordt aangevoerd: je kunt er zeer voordelig mee vliegen, maar vertrekt op onchristelijke tijden van een tochtig weiland en arriveert zeker anderhalf uur van naam van de stad waar je eigenlijk wilt zijn. Het vliegtuig is helemaal volgepropt met de kleinste stoelen en je mag alleen een klein rugzakje mee als handbagage. Het personeel wordt uitgebuit en is dus niet al te vrolijk. En als je je ticket niet print, moet je een paar tientjes betalen. Kortom: een klote-ervaring, maar dat wist je al. En natuurlijk boarden in de buitenlucht.

De tweede groep is een soort tussengroep. Het zijn legacy carriers die willen concurreren met low-cost airlines. Het goedkoopste economy classticket heet hier economy basic of zoiets en je mag niet meer gratis een koffer inchecken of zelfs geen handbagage mee. Voor een flesje water aan boord betaal je een half maandsalaris.

De derde groep bestaat uit de groep airlines die nog steeds doen wat ze altijd al deden. En door dit vol te houden (en het geconcurreer tussen low-cost airlines en legacy carriers die ze willen kopiëren), denk ik dat ze gaan overleven. Het zijn airlines waar je nog gewoon een koffertje kunt inchecken, zelf je stoel kunt selecteren, waar je tijdens een vlucht nog gewoon aan een vriendelijke stewardess om een bekertje water kunt vragen en waar je zelfs nog wat punten spaart met je vlucht.

Waardeloos, maar goedkoop

Die vier voorbeelden uit het begin van dit stuk behoren allemaal tot de eerste groep: je kunt er voordelig van A naar B mee vliegen, maar verwacht er helemaal niets van: geen koffer inchecken, geen normale handbagage, geen eten, geen drinken, geen punten, geen service, geen plezier. Waardeloos, maar wel goedkoop.

Met uitzondering van Ryanair en Vueling, zal ik niet direct low-cost airlines afraden, als je maar weet wat je ervoor terugkrijgt. Mijn voorkeur in economy class gaat altijd naar full service airlines. Voor het gemak kun je blind een voordelig ticket bij Emirates, Etihad, Qatar Airways, Singapore Airlines, Garuda Indonesia en Cathay Pacific boeken. Bij deze, toevallig allemaal Aziatische, maatschappijen zit je (pun intended) altijd goed. De rest? Meestal not so much.

Je kunt bij bijvoorbeeld Google Flights goed zien wat je aan boord krijgt.

En als je wilt weten waar ik die voordelige tarieven uit bovenstaande voorbeelden hebt gevonden, koop dan m’n boek Thuisblijven is duurder. Dan vertel ik het je.